vrijdag 18 februari 2011

*4* Tijd.

'Tijd'  is een lange aanéénschakeling van momenten, die soms lang duren en soms heel kort kunnen zijn, al naar gelang het gevoel dat we er bij hebben.  Als ik voor de kassa  in een winkel sta te wachten tot dat ik aan de beurt ben, duurt de tijd erg lang, of als ik in de wachtkamer bij de tandarts zit  kruipen de minuten voorbij, of bij het wachten op de bus  ben ik me bewust van elke seconde dat ik daar sta.     
Soms gaat te tijd ontzettend snel,  vooral achter de computer.   Als ik iets op internet zoek en surf van de ene interessante site naar de ander  vliegt de tijd voorbij.
De tijd gaat het aller snelst als ik slaap.  Wannner ik weer wakker word  is er zo maar 8 uur ( meestal nog langer) voorbij gegaan.
Je zou 'tijd' als een lange lijn kunnen zien, waarlangs de momenten van het leven  lopen.
Ook in de Bijbel kunnen we een lange lijn van 'tijd' vinden.  Daar vinden we een aanéénschakeling van  mensen-levens, van meer dan 4000 jaar..
Nadat 'God, de Almachtige'  de mens had geschapen (geformeerd) duurde het toch nog meer dan 2000 jaar voordat de  'voor-vaderen' van 'Gods Volk' geboren werden, namelijk:     Abraham, Isaäk en Jacob.
Uit de 12 zonen van Jacob ontstonden  de 12 stammen, waarover het verder in de Bijbel gaat.  
God had geen bemoeienissen met de (70) volkeren van de wereld   rondom Zijn Volk.
Zijn Volk heeft Hij lief  en  met dit Volk sluit Hij een verbond  (een huwelijks-verbond).  Hij ziet dit Volk als Zijn vrouw. En deze vrouw pleegt regelmatig overspel met de volkeren rond om hen. Keer op keer lieten ze zich verleiden tot de afgoden van andere volkeren.   Dit tot gruwel van God.   Daarom stelde Hij in die perioden verschillende Richters en Profeten aan,  om het Volk weer tot Hem te leiden.
De regel die toen gold was: 'wie zoet is krijgt lekkers en wie stout is de roe'. Soms waren er goede perioden en ging het Volk het voor de wind, b.v. in de tijd van Salomo in het jaar: 3000.  Het Volk kwam tot bloei en leefde tevreden, maar de meeste tijd waren ze afvallig van God en gingen ze hun eigen weg, wat tot gevolg had dat ze vervolgd werden, honger leden en ziekte en dood in de ogen keken.
Als straf werden ze zelfs verbannen naar  vijandige volkeren. (b.v. naar de Babyloniërs)
In het jaar 3600 mochten ze terugkeren naar Jeruzalem en de 'Tempel van David'  weer herbouwen.
Rond om het jaar 4000  werd de 'Zoon van God' geboren uit de maagd Maria. 
Zij behoorde tot de stam van Juda, uit het geslacht van David .
Gods liefde voor Zijn Volk was zo groot, dat Hij Zijn Zoon zond,  zodat ze Hem aan konden nemen als de Messias;   hun Verlosser,  en om hen te leiden naar het 'Hemels Koninkrijk'  op aarde.
De Schriftgeleerden en Over-Priesters en Farizeeërs deden er alles aan om het Volk te manipuleren en de Zoon van God tegen te werken.
Ze legden het Volk een zwaar juk op van geboden en wetten (die God in het geheel niet ingesteld had).
De Zoon van God zei: "Komt tot Mij, allen, die vermoeid en belast zijt en Ik zal u rust geven.....want mijn juk is zacht en mijn last is licht".   Hij verkondigde de blijde boodschap het Evangelie  met tekenen en wonderen... maar het grootste deel van de Joden verwierp Zijn aanbod vanVerlossing.
Hij was uitsluitend gekomen tot Het Volk waarmee God in het Oude Testament reeds een verbond mee had gesloten.    De blijde boodschap werd in die tijd niet verkondigd aan de heiden-volkeren rond om het Volk.
Met de geboorte van de Here Jezus werd later de tijdsindeling veranderd.  In onze tijd rekenen we de geboorte van de Here Jezus  als het jaar nul. ( met een vergissing van ongegveer 5 jaar)
Na de kruisdood van Jezus Christus: de Messias, (na  Zijn opstanding uit de dood  en nadat Hij geplaatst werd aan de rechterhand van God in de Hemel),    begon de periode, die we kunnen lezen in het boek Handelingen,  een periode van 33 jaar en die eindigde in het jaar: 62.
In die tijd werd  het Volk opnieuw  opgeroepen tot bekering,  en de Christus te erkennen als hun Koning van het toekomstig (Hemels) Koninkrijk.    De apostelen trokken het gehele land door om de blijde boodschap ( = het Evangelie) van 'Verlossing' te verkondigen,    maar het Volk bleef halstarrig.
Saulus, (een Farizeeër van het Jodendom) de grootste vervolger van de Christenen, kwam tot bekering tot de Here Jezus.   Zijn naam werd van die tijd af:  Paulus en hij werd een apostel van Jezus Christus.
God gaf hem de opdracht het 'Evangelie van het Koninkrijk' te verkondigen aan zijn volksgenoten buiten het land en aan de heiden-volkeren die daar leefden.    De regel was toen:  eerst de Jood en dan de Griek.          Er werden gemeenten gesticht  in Asia ( Turkije), Giekenland en  Italië.
In die tijd schreef Paulus brieven aan de gemeenten in: Galaten, Korintië en Rome, om de gemeente leden te bemoedigen, om vol te houden onder de zware verdrukkingen die  door het Jodendom over hen kwam.
Het Evangelie werd  aan de heiden-volkeren gebracht, om  GodsVolk tot jaroersheid te brengen.
Als zij zouden zien dat de heidenen wel tot geloof kwamen,    wilden ze misschien zelf ook wel gaan geloven in de Christus.         Maar dat gebeurde niet  en in het jaar: 62 werd Paulus gevangen gezet in Rome.
In gevangenschap krijgt Paulus de openbering  van God over  'Het Geheimenis,'  dat verborgen was gebleven van  vóór  de grondlegging (= nederwerping) van de wereld'  namelijk: dat niet alleen Christus gezet is aan 'de rechterhand Gods' in de Hemel,  maar dat  met Hem, ook  'De Gemeente' die  Zijn Lichaam is, daar een plaats heeft gekregen.
Paulus heeft dit 'Evangelie derVerborgenheid' mogen verkondigen in de brieven aan  Efeze, Kolossenzen en Filippenzen. en aan de brieven aan Timoteus en Titus,  in het jaar:  62 tot 68 na Christus, toen de Handelingen tijd voorbij was gegaan.
Aan het eind van Handelingen, in vers:28: 24-29  kunnen we lezen dat Paulus een oordeel uitspreekt over het ongelovige Joodse Volk;   het oordeel dat Jesaja ( Js.6:9) en de Here Jezus ( Mt.13:14-15) ook al over het Volk uitgesproken had.           Vanaf die tijd ( tot nu toe) zijn de Joden:   Lo-Ami  (= niet Mijn Volk),  voor God.
In het jaar 70 wordt de Tempel verwoest en het volk verdreven uit het land Israël en verspreid over de gehele aarde.       God keert Zijn rug naar het Volk toe en vanaf die tijd is 'Het Heil Gods' ( = Christus) naar de heidenen gezonden, zoals het staat beschreven in  Hand. 28:28.:   'die zullen dan ook horen'   staat er.
Voor de heidenen (= alle volkeren der aarde) zijn de tijden  van 'Genade' aangebroken.
God is Genadig naar alle mensen en biedt  Zijn Zoon aan als 'Verlosser' van zonden.  Hij biedt de mens aan te groeien in geloof van het 'kind-schap' naar het 'zoon-schap' in geloof en  te komen tot de 'Nieuwe mens' in Christus.
Hij biedt hen 'de Hoop' aan op  een Leven  na dit leven en om  met Hem te zijn in Heerlijkheid.
Deze oproep van Genade (= liefde) geldt  nu al 2000 jaar, waarin het 'Lichaam van Christus' wordt opgebouwd in het Over-Hemelse, waar wij nu reeds (geestelijk) zijn,  veborgen met Chtistus in  God .
Blijft deze toestand op aarde voor altijd zo duren?   Nee, er komt een eind aan,  en wel als het Lichaam van Christus voltallig geworden is. En wanneer dat is,  is alleeen in Gods hand.
Maar er komt een tijd dat  God  'Zijn Volk' weer in genade zal aannemen.  Hij zal de draad met Zijn Volk weer opnemen,  zodat zij deel kunnen krijgen  aan het 'Duizendjarig Koninkrijk'.
Het Volk zal echter eerst nog door een diep dal gaan   zoals we kunnen lezen in  het boek: 'Openbaring'.
Maar daarna zal de 'Dag des Heren' aanbreken  en zal Christus uit de Hemel wederkomen.
Zijn voeten zullen staan op  de Olijf-berg  bij Jeruzalem.  Een nieuwe periode zal aanbreken van 1000 jaar.  Dan zal 'de Messias' in het midden Zijn Volk zijn  en  ook volkeren  van de wereld  zullen optrekken naar Jeruzalem om bij het Licht te zijn.  Mensen zullen opstaan uit de dood, want aan het kruis heeft de Here Jezus  de dood overwonnen.
Dan zal er een tijd aanbreken van grote vreugde en er zal geen verdriet,  honger of ziekte meer zijn op aarde.
Na de 1000 jaar van het Koninkrijk op aarde,  zal er een  altijd-durende-tijd  aanbreken met een  Nieuwe Hemel en een Nieuwe Aarde. De Hemel en de aarde zullen 'één' zijn.     De Heilige stad:   'het Nieuw Jeruzalem'  zal nederdalen uit de Hemel  en God zal in ons midden zijn.
Zo zal  God  'alles in allen'  kunnen zijn.
En de tijd? .....De tijd zoals wij die nu kennen als een rechte lijn, zal ophouden te bestaan.
De tijd zal rond om ons zijn.   Het zal  een tijd zonder einde zijn.  De 'volheid der tijden'  is dan aangebroken,  waarin wij  met een 'Hemels Lichaam' aanwezig mogen zijn bij onze God en Vader.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen