zondag 10 april 2011

*27* Dankgebed.

In het laatste hoofdstuk van  1 Kronieken  staat een gebed van David. Hij was toen aan het eind van zijn leven en verzamelde materialen voor de Tempel  die zijn zoon Salomo mocht bouwen in Jeruzalem.  In het gebed toonde hij zijn dankbaarheid aan God dat hij dit nog mocht doen.  God had hem verboden om zelf de Tempel te bouwen, door zijn verwerpelijk gedrag tijdens zijn leven.  Zijn leven was een combinatie van geweld,  agressie,  intriges, schandalen, moorden,  verraad en seksuele misstappen .  En aan de andere kant zien we een leven van liefde, tederheid vroomheid, ontroerende trouw en oprecht berouw.  David vertegenwoordigd en één persoon vrijwel alle goede en kwade eigenschappen van de mens.  Ook in ons zijn al deze eigenschappen aanwezig.  Nee wij hebben waarschijnlijk geen moorden gepleegd, of het verleidings-spel gespeeld zoals David,  maar ook wij laten onze ego heersen, zijn zelf-zuchtig en proberen onze zin door te drijven en zijn niet altijd liefdevol.  Daarom trof mij dat gebed van David zo.   Hoewel David in een heel andere tijd leefde en onder een andere Bedeling zijn geloof beleefde,  was zijn dankbaarheid voor God oprecht.  Wij mogen  altijd op Gods genade vertrouwen en worden niet afgerekend op ons gedrag tijdens ons leven.  Dat was in de tijd dat David op aarde leefde anders.  Hij werd gestraft voor zijn verwerpelijk gedrag,  maar kon toch op Gods liefde rekenen,  over de dood heen.  Hij is Gods geliefd kind gebleven, net zo als wij dat in onze tijd zijn.   Hij accepteerde zijn straf en aan het eind van zijn leven kon hij  dit  geweldig 'dankgebed' uitspreken.  Wij mogen het nazeggen  met de veranderingen die voor ons,  in deze tijd en Bedeling  van toepassing zijn.
      ' Geprezen zijt  Gij:   HERE,  God,  mijn Vader  en van  Christus Jezus, onze Here, door  alle eeuwen  (aionen) heen,  van geslacht tot geslacht.  Van U,  HERE,  is  de grootheid en  de macht,  de Heerlijkheid, de kracht en de Majesteit.  Alles wat in de hemel en op aarde is, is van U  en van Christus Jezus is de Heerschappij, want Hij is als Hoofd boven alles verheven ( en gegeven aan de Gemeente die Zijn Lichaam is. (Efz. 1:22).  Rijkdom  en eer komen van U, en Gij heerst over alles;  in Uw hand is kracht en macht, en Gij hebt het in Uw macht een ieder groot en sterk te maken  in Christus.  Ik loof U,  mijn God, en prijs uw Heerlijke Naam: JHWH.  Wie toch ben ik,  alles wat ik bezit is immers van U afkomstig en ik kan U alleen dat geven, wat ik eerst van U heb ontvangen.   Ja, ik ben een vreemdeling en bijwoner op aarde, (want wij zijn mensen die op doorreis zijn, net zoals onze voorouders dat waren).  Onze dagen op aarde zijn als een schaduw die snel verdwijnt  en geen spoor achter laat.   HERE, onze God, U behoort alles toe en ik weet, mijn God, dat U het hart van de mens beproeft en een welbehagen hebt in oprechtheid.  Mijn verlangen is, waardig te wandelen naar de Roeping waarmee U mij geroepen hebt, in 'Christus Jezus'.  HERE, God, mijn Vader,  maak dat ik U altijd wil gehoorzamen en dat mijn liefde voor U nooit bekoeld.  Geef mij een onverdeeld en toegewijd hart, opdat ik U tot in de kleinste dingen zal gehoorzamen.  Ik prijs U, HERE, mijn God en Vader'.    

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen