vrijdag 29 april 2011

*34* De Koning.

We vieren weer Koninginnedag, dat vinden we leuk. We zijn blij dat we een Koningin hebben, want er zijn niet veel landen meer, die een Koning of Koningin hebben. Wij houden van traditie. Wij zwaaien naar haar als ze in haar auto langs komt rijden.  Honderd jaar geleden toen er nog geen auto's waren,  zou ze op een paard haar rijtoer gemaakt hebben, om zich toe te laten juigen. In de Bijbel vinden we ook een intocht van een 'Koning', maar dan niet op een mooi paard maar op een kleine ezelin. De minste onder de paarden. We vinden deze geschiedenis in Matheüs 21. Dat een Koning zou komen, was al voorzegt door een profeet: ' Zegt der dochter Sion ( het Volk Israël):  Zie, uw Koning komt tot u, zachtmoedig en rijdend op een ezel, en op een veulen, het jong van een lastdier.' Een Konng wilden ze wel hebben, want ze hoopten dat deze Koning hen zou verlossen van de vervelende Romeinen die hun stad terroriseerden.  En ze zongen:  'Hosanna, de zoon van David, gezegend Hij, die komt in de naam des Heren.'  ( Hosanna komt van het Hebreeuwse: 'Hoch-anna', wat betekend: 'Redt ons toch' , daarom is het voor ons: gelovigen, van deze tijd,  die weten dat ze gered zijn, ongepast om tegen God te zeggen: 'Hosanna'.) Het volk kwam er al gauw achter dat de 'zoon van David' hen niet zou bevrijden van de ongemakken die de Romeinen hen oplegden, en het gejuig was snel voorbij.  De Here Jezus was niet gekomen naar Jeruzalem om op en troon te gaan zitten, maar Hij was gekomen om Zich te laten veroordelen aan het kruis. Het was niet Zijn Plan om Koning te worden over Jeruzalem, maar 'Hij is de Koning der koningen over de gehele wereld'.  Zelfs de discipelen, die zo dicht met Hem leefden, hebben Hem nooit begrepen en Hem niet gekend, wie Hij ten diepste was.  Pas na Zijn dood, toen Hij Zich nog veertig dagen  aan hen had vertoond, sprak Hij met hen over 'al wat het Koninkrijk Gods betreft' ( Hand. 1: 4). En Hij gaf hen de opdracht over Hem te getuigen in Jeruzalem, Judea, Samaria en tot het uiterste van het Land (Israël). En  het Evangelie van het Koninkrijk  ging gepaard met wonderen en tekenen. Zieken werden genezen, doden stonden op, zelfs als ze gif  dronken of door slangen gebeten zouden worden, gingen ze niet dood.  Ze verkondigden het komende Koninkrijk aan de Joden in het gehele land. 'Kom tot berouw en bekering, opdat uw zonden uitgedelgd worden ( Hand. 3:19) opdat er tijden van verademing mogen komen van het aangezicht des HEREN, en Hij ( God) de Christus Jezus zende'.  En sommige Joden kwamen tot geloof en er werden gemeentes gesticht, maar de grote massa verwierp de boodschap.  Vijftien jaar later kwam zelfs Saulus tot geloof, die tot die tijd een grote vervolger was geweest van de gelovigen.  Paulus ( zo als hij zich later mocht noemen) verkondgde zijn boodschap; ook met wonderen en tekenen en met genezingen van zieken. Hij reisde naar plaatsen in Griekenland, Asia en zelfs in Italië om ook aan de heidenen ( de niet Joden)  het Evangelie van het Koninkrijk te verkondigen. Zo hoopte God, zijn Volk tot jaroersheid te brengen, als ze zouden zien dat zij de boodschap wel aan zouden nemen.  Toch ging Paulus als hij in een stad kwam, altijd het eerst naar een Synagoge, om daar aan zijn volk: de Joden, de boodschap van het 'Koninkrijk Gods' te verkondigen.   Maar de Joden wilden niet luisteren. Veertig jaar lang werd het Evangelie verkondigd. Apostelen werden gestenigd en vermoord. Zelfs in Rome, de stad waar Paulus vandaan kwam, en waar een grote Joodse nederzetting was, werd de boodschap niet aanvaard. In Hand. 28 vers: 24 lezen we dat sommigen gehoor gaven aan hetgeen gezegd werd, maar anderen ongelovig bleven. Zodat Paulus in Gods macht,  de profetie van Jesaja verkondigde: dat het Heil ( de Here Jezus) van nu af aan, naar de heidenen gezonden zou worden.  God trok zijn handen van zijn Volk af. Van nu af ziet Hij hen als: 'Lo-ammi' = niet mijn volk.  De Koning is afgewezen, dus  de verkondigen van het Koninkrijk werd stopgezet. Het Hemels Koninkrijk dat klaar stond om te verschijnen, blijft verborgen in de Hemel en de Koning wacht  tot zijn Volk zich in de toekomst tot Hem zal keren.
Paulus mag nu een geheel andere booschap verkondigen. Een boodschap van genade: Titus 2:11:  Want de 'genade Gods' is verschenen, heilbrengen voor alle mensen. En deze boodschap klinkt nu al bijna 2000 jaar. 'Want alzo lief heeft God de wereld gehad, dat Hij zijn eniggeboren Zoon gegeven heeft, opdat een ieder, die in Hem gelooft, niet verloren ga, maar eeuwig Leven hebbe'. (Joh. 3:16)  Geloof, daar gaat het nu om. Geloof in de Here Jezus en 'het Leven dat geen einde kent' zal in je gelegd worden.....En het Volk, is dat nu voor altijd verloren ?  Nee, God komt zijn beloften aan zijn Volk na. In de toekomst, als het 'Lichaam van Christus' in het Over-Hemelse compleet is en als er geen geloof meer gevonden wordt bij de heidenen op aarde, zal God zijn Plan met Israël weer aanvangen. Zij zullen op gehoor van de twee getuigen in Jeruzalem  tot geloof komen en de 'Dag des Heren' zal zijn aanvang nemen.  Er zal een jubel in de Hemel zijn: 'Halleluja ! Want de HERE, onze God, de Almachtige, heeft het Koningschap aanvaard'. De Koning der koningen, de Heerser van de gehele wereld, zal verschijnen op aarde  en aan Zijn Koninkrijk zal geen einde komen.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen