zaterdag 18 juni 2011

*47* Zoon-plaats.

In Efzeze 1 vers 5  lezen we  dat God ons,  'in liefde' van te voren ertoe bestemd heeft, ons als zonen van Hem aan te nemen  door Jezus Christus'.   Dit is een geweldige toezegging, dat God te voren bepaald heeft  (vóór de grondlegging = nederwerping  der wereld )  dat er een groep mensen ( gelovigen in Christus Jezus) zou zijn, die in het Zoon-schap van Christus zouden delen.  Hiervoor hebben wij niets hoeven doen, dan alleen:  'geloven' wat God zegt in Zijn Woord. Wij als 'Lichaam van Christus'  mogen delen in het Hoofd-schap van Christus Jezus.  Wij hebben 'de plaats boven alles' gekregen,  waar Christus gezeten is ter rechterhand Gods  = in de macht van God.  Hij heeft ons het zoon-schap (=  Grieks:  huiothesia), gegeven.   Hierdoor zijn wij bestemd  met Christus te delen in Zijn erfenis.  Als alles in de toekomst gesteld wordt onder Zijn voeten, dan  wordt het ook gesteld onder onze voeten.  Dat is met ons menselijk verstand niet te bevatten.  Wij hoeven op deze zegening alleen maar onze hand  te leggen  en het ons in geloof toe te eigenenen.  Wij bevinden ons nu reeds geestelijk in de troon ( macht) van God en zijn boven alles gesteld met Christus;  boven alle overheden  en machten en heerschappijen van hemelen en aarde. Wij waren al door het bloed van Jezus gerechtvaardigd en nu komt er nog iets bij:  het Nieuwe Leven, door de 'Heilige Geest der belofte' en bovendien worden we nog verhoogd en gezet op de plaats waar Zijn Zoon is gesteld ( ter rechterhand Gods) op de Zoon-plaats.
En wat nu nog geestelijk is, zullen we straks, als onze tijd gekomen is, en wij dit aardse  lichaam verruilen voor een 'geestelijk verheerlijkt lichaam',  dan zullen wij zien, wat wij altijd geloofd hebben. 
De uitdrukking 'zoon-plaats' en 'zoon-schap' komen ons,  met onze Nederlandse-wetgeving  onbekend voor.  Wij kennen wel de term: 'adoptie van een kind'  als dit kind als zoon of dochter wordt opgenomen in een gezin. In de tijd dat de Here Jezus op aarde was, waren deze begrippen heel normaal in het Romeinse recht. Een vader had toen veel rechten. Hij kon als de tijden slecht werden, zijn zoon verkopen als slaaf. Als kind had je dan ook te vrezen voor de geest van slavernij. ( Rom. 8: 15)  Daarin tegen kon een vader ook iemand die zijn zoon niet was, aannemen als zoon.  Hij kon zelfs een slaaf aanstellen tot zijn zoon. Hiervoor had hij 7 getuigen nodig,  met 7 zegels op het document.  (In Openbaring komen wij ook  7 zegels tegen als Christus de boekrol (= testament = erfdeel)  opent met 7 getuigen.)   Een geadopteerde zoon kon niet weer verkocht worden als slaaf.  Hij hoefde dus niet te vrezen, zoals de eigen zoon dat wel deed.  De geadopteerde zoon was toegetreden tot het gezin en hij kreeg een 'nieuwe naam'. Hij was de officiële zoon geworden van de vader.
Waarom deed een vader dat in die tijd ? Het ging hier niet om bezit, maar om aanzien, een positie in de maatschappij.  De zoon erfde de verantwoordelijkheid.  De macht ging op hem over. In die tijd werd dat veel gedaan met  het Ceasar-schap.  Het Ceasar-schap ging niet over op de eigen bloed lijn van de heersende Ceasar, maar altijd op een aangenomen zoon.
Toen Paulus sprak over het 'zoon-schap' en 'zoon-plaats', was dat in die tijd goed te begrijpen. De gelovigen begrepen dat God de Vader hen aangenomen had als zoon en dat zij op deze grond alle rechten gekregen hadden  als erfgenaam en dat ze als geadopteerde zoon nooit meer hoefden te vrezen voor slavernij. 
Het zoon-schap komt 5 keer voor in het Nieuwe Testament, en alleen in de brieven van Paulus. Deze teksten zijn te vinden in: Romeinen 8: 15, ( hetzelfde vers waar het ook over de slavernij gaat), en vers 23.   Hier wordt het zoonschap bekend gemaakt voor de Rechtvaardigen uit de Handelingen-tijd.   In Romeinen 9 vers 4, lezen we over de zoonschap van Israël.  In Galaten 4 vers 5, lezen we over de rechten van zonen = huiothesia....en  in Efeze 1 vers 5, wordt omschreven  hoe wij,  als 'gelovigen van  Christus Jezus'  in het zoon-schap  aangenomen worden.  Als bewijs  hiervan  zijn wij met  de 'Heilige Geest der belofte' verzegeld,  die een onderpand is van ons erfdeel,  tot lossing van het ons toegekende bezit. 
Deze 'zoon-plaats' geeft ons zekerheid, en vreugde, maar ook verantwoordelijkheid.  Laten wij niet vergeten onze 'Roeping waardig te wandelen'. Kijk daarom eens naar  het blog van 12 April, over onze waardige wandel in Christus.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen