vrijdag 9 september 2011

*62* Huis des HEREN.

'Ik zal in het Huis des HEREN verblijven tot in lengte van dagen'.
Dit is het laatste vers van Psalm 23.  David zou willen verblijven in het Huis des HEREN, echter, in zijn dagen was er geen zichtbaar Huis des HEREN; er was geen Tempel om heen te gaan. De Tabernakel in Silo was verbrand en de Ark stond twintig jaar bij Abimelech ( 1Sam. 7: 1) Toen de Ark door David naar Jeruzalem was vervoerd, zette hij haar onder een tent ( 2 Sam. 6: 7) Hij mocht er geen Huis voor bouwen, dit zou eerst zijn zoon doen. ( 2 Sam. 7:13). Toch wenst David in het Huis des HEREN te verblijven tot in lengte van dagen. Hiermee bedoeld hij niet de weinige dagen van zijn leven,  maar het leven in de 'Toekomende aioon'.( Als Christus wederkomt op aarde)  Hij weet dat God hem dan zal doen opstaan uit het graf en hij keek uit naar de tijd, dat de HERE personlijk in Jeruzalem, in Zijn Huis zal verblijven en dat de troon van David opgericht zal worden, te midden van de kinderen Israëls ( Ez. 43: 7 en 48: 35).  Dan zal David met de Here omgaan zoals een man met zijn vriend en Hem in volkomenheid dienen.
David zegt in Psalm: 16 vers 11: "Gij maakt mij het pad des levens bekend; overvloed van vreugde is bij Uw aangezicht, liefelijkheid is in Uw rechterhand, voor eeuwig ".
De reden waarom  David dit vers uitspreekt, ligt besloten in 'het Nieuwe Leven' dat God in plant in het hart van iedere gelovige. Ieder heeft het verlangen naar 'de God des Levens'. Voor de O.T. gelovigen was Deze de HERE, voor ons in het bizonder: Christus Jezus, de Here.
Wij weten dat Christus alles volbracht heeft wat nodig was, om ons heilig en onberispelijk voor Hem te kunnen stellen. Daarom kunnen ook wij met vreugde dit vers uitjubelen.
David wist dat het verblijven in het Huis des HEREN pas in de toekomst zal gebeuren. God heeft dit echter naar het nu gebracht.  Hij geeft ons nu reeds de in-woning van Christus door het geloof in ons hart ( Efz. 2: 17). Geestelijk mogen wij bij Hem wonen op de plaats waar Christus nu is; aan Gods rechterhand in de Overhemelse en door Zijn Geest komt Hij nu al bij ons inwonen.
Het 'verblijven in het Huis des HEREN' wat voor David pas in de toekomst werkelijkheid zou worden,  is voor ons vervangen door eerst geestelijk en na de dood met een Verheerlijk lichaam overgezet te worden in het 'Koninkrijk van de Zoon Zijner liefde'. We moeten ons dan ook te allen tijde verblijden in de Here,  Die deze weg voor ons heeft bereid, opdat wij opwassen  (groeien) tot een Tempel en zelf een geestelijke woonstede Gods in de Geest mogen zijn. (Efz. 2: 22).

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen