Soms hoor je een overdenking of een uitlegging van de Bijbel, die je graag zou willen onthouden, maar na een poosje weet je niet meer waar het over ging. Ben ik de enige die daar last van heeft, of herken jij dat ook ? Misschien is 'vergetelheid' wel een ingebakken systeem in ons menselijk brein, want als we alles onthouden wat we zien of horen' zo door de dag heen' dan zouden we na een poosje zeker stapel gek worden.
Ook al kan ik niet meer in detail voor de geest halen waar het de vorige Bijbel-studie over ging, toch heeft het mij geholpen te groeien in mijn geloofs-leven.
Het is net zo als met het 'eten'. Ik weet niet meer wat ik vorige week gegeten heb, maar het is mijn lichaam wel ten goede gekomen. Tenminste als ik gezond heb gegeten. Heb ik mijn lichaam met junk-food gevoed dan was ik zeker ziek geworden. Vul ik mijn geest met slechte gedachten, dan zal ik steeds verder van God weg drijven.
Met elke studie of overdenking zal ik daarom groeien in geloof, zodat God kan werken in mijn hart. Het is niet alleen een kwestie van weten en onthouden, maar even belangrijk is dat onze 'wandel in overeenstemming met Gods Woord' is.
Het moet niet alleen een zaak zijn van ons verstandelijk kennen, maar ook een zaak van het hart. 'Opdat de God van onze Here Jezus Christus , de Vader der Heerlijkheid, u geve de Geest van wijsheid en van openbaring om Hem recht te kennen'.
Wijsheid is meer dan verstandelijk kennen. Het gaat om de groei naar het 'volwaardig mens-zijn'.
Er is inzicht nodig om 'rechte onderscheidingen' te maken bij het spreken, oordelen en handelen. Daar hebben we 'wijsheid van Boven' voor nodig, is: Grieks: epi-gnoosis. Deze wijsheid van Boven gaat via het hart naar het verstand en niet andersom. Het is Hemels-licht op de kennis die we reeds bezitten.
Door deze 'Boven-kennis' gaan we onze Roeping verstaan en tegelijk gaan we beseffen wat de Hoop (verwachting) is van die Roeping. Al heel wat keren zijn de betekenis van 'Roeping en Hoop' in de vorige blogs beschreven.
De sluier van ons verstand moet worden weggetrokken, zodat we in een vergezicht kunnen zien op 'Christus alleen', zodat we mogen bedenken 'de dingen die Boven zijn' ( Col. 3: 1-4).
In deze eeuw van kracht hebben we als mens vele ontdekkingen gedaan, maar kan een atoomcentrale met al zijn kracht een gestorvene doen herleven ? Het valt in het niet bij wat God kan doen.
Hij brengt ons in 'de Hemelse-gewesten'; in het Boven-hemelse.
Velen komen daar nooit aan toe. Iedere zondag staan ze stil bij het kruis van Christus, maar God zegt ons dat er meer is ! Ken je de Heer ook als de 'opgestane Heer' als 'de Verheerlijkte' ? en ken je de geestelijke zegeningen die daar mee verbonden zijn ?
We zullen moeten kiezen in het geloof. Net zo als Orpa en Ruth moesten kiezen.
Orpa keerde terug naar 'het vertrouwde', en Ruth koos voor 'het nieuwe', "uw God is mijn God".
Het gaat om 'Hem recht te willen kennen', dat leidt tot Efz 3: 16+17, "opdat Hij u geven, naar de rijkdom Zijner Heerlijkheid, met kracht gesterkt te worden door zijn Geest, in de inwendige mens".
woensdag 2 mei 2012
woensdag 25 april 2012
*100* 100 !
Ja, je leest het goed. dit is het honderdste blog.
Een bijzonder getal. 100 is een getal, dat iets afsluit en een nieuw begin in zich heeft.
Voor mij echter, is het gewoon een getal in een reeks.
Vroeger had ik wel wat met het getal 100. s'Avonds na het eten mocht ik vaak nog buiten spelen ( tot de lantarens aan gingen) en dan speelden we vaak blik-spuit. en als we geen blik hadden werd het: verstoppertje. Spannend om je te verstoppen en te zorgen dat je niet als eerste gezien werd. Als je 'hem was', moest je tot 100 tellen voordat je kon zoeken. Ik vond het nooit leuk om 'hem te zijn', dus als een razende telde ik dan tot 100. Binnen de kortste tijd riep ik dan: "100, wie niet weg is, is gezien.... ik kom ! !
Je zou kunnen denken dat 100 een mijlpaal is. Maar voor mij heeft een mijlpaal een andere betekenis.
Mijn mijlpaal in het leven, was het moment dat ik besefde dat Gods alles overtreffende liefde ook voor mij was weggelegd. Dat God ook van mij houdt, ondanks dat Hij weet wie ik ben, met al mijn fouten en misstappen die ik gedaan heb (en nog doe).
In deze wereld wordt ik vuil en vies, daar kom ik niet onderuit. Deze wereld is onderhevig aan de macht van satan en zijn trawanten. We worden constant gebombardeerd met gedachten en daden die niet naar Gods wil zijn. We kunnen ons zelf niet redden.
Dat is de reden waarom God Zijn Zoon gegeven heeft, Die, ook voor mij gestorven is en mijn zonde probleem heeft opgelost.
Ik ben een verloste zondaar in deze wereld, met een Boven-hemelse belofte.
Daarom kan ik vol overgave dit lied zingen:
'Zo lief had God de Vader ons, dat Hij zijn eigen Zoon zond
tot heil van ons gebroken hart, omdat Hij ons zo kostbaar vond.
Hoe diep en schrijnend was Gods pijn, toen Hij zijn Zoon zo lijden zag;
toch is het 'Jezus' bloed dat ons weer dicht in Zijn nabijheid bracht.
O, zie de mens daar aan het kruis, met al mijn schuld beladen;
beschaamd hoor ik mijn eigen stem Hem loochenen en smaden.
Het was mijn zonde die Hij droeg, totdat Hij riep: "Het is volbracht !'
Zijn laatste adem bracht mij hoop, Zijn sterven werd mijn levenskracht.
Ik roem niet meer in eigen kracht, in gaven, in wat wijsheid is;
Ik roem alleen nog in de Heer, Zijn dood en Zijn verrijzenis.
Hoe zou ik delen in Zijn loon, de zege die Hij heeft behaald ?
Maar dit weet ik met heel mijn hart: Zijn offer heeft mijn schuld betaald.'
Een bijzonder getal. 100 is een getal, dat iets afsluit en een nieuw begin in zich heeft.
Voor mij echter, is het gewoon een getal in een reeks.
Vroeger had ik wel wat met het getal 100. s'Avonds na het eten mocht ik vaak nog buiten spelen ( tot de lantarens aan gingen) en dan speelden we vaak blik-spuit. en als we geen blik hadden werd het: verstoppertje. Spannend om je te verstoppen en te zorgen dat je niet als eerste gezien werd. Als je 'hem was', moest je tot 100 tellen voordat je kon zoeken. Ik vond het nooit leuk om 'hem te zijn', dus als een razende telde ik dan tot 100. Binnen de kortste tijd riep ik dan: "100, wie niet weg is, is gezien.... ik kom ! !
Je zou kunnen denken dat 100 een mijlpaal is. Maar voor mij heeft een mijlpaal een andere betekenis.
Mijn mijlpaal in het leven, was het moment dat ik besefde dat Gods alles overtreffende liefde ook voor mij was weggelegd. Dat God ook van mij houdt, ondanks dat Hij weet wie ik ben, met al mijn fouten en misstappen die ik gedaan heb (en nog doe).
In deze wereld wordt ik vuil en vies, daar kom ik niet onderuit. Deze wereld is onderhevig aan de macht van satan en zijn trawanten. We worden constant gebombardeerd met gedachten en daden die niet naar Gods wil zijn. We kunnen ons zelf niet redden.
Dat is de reden waarom God Zijn Zoon gegeven heeft, Die, ook voor mij gestorven is en mijn zonde probleem heeft opgelost.
Ik ben een verloste zondaar in deze wereld, met een Boven-hemelse belofte.
Daarom kan ik vol overgave dit lied zingen:
'Zo lief had God de Vader ons, dat Hij zijn eigen Zoon zond
tot heil van ons gebroken hart, omdat Hij ons zo kostbaar vond.
Hoe diep en schrijnend was Gods pijn, toen Hij zijn Zoon zo lijden zag;
toch is het 'Jezus' bloed dat ons weer dicht in Zijn nabijheid bracht.
O, zie de mens daar aan het kruis, met al mijn schuld beladen;
beschaamd hoor ik mijn eigen stem Hem loochenen en smaden.
Het was mijn zonde die Hij droeg, totdat Hij riep: "Het is volbracht !'
Zijn laatste adem bracht mij hoop, Zijn sterven werd mijn levenskracht.
Ik roem niet meer in eigen kracht, in gaven, in wat wijsheid is;
Ik roem alleen nog in de Heer, Zijn dood en Zijn verrijzenis.
Hoe zou ik delen in Zijn loon, de zege die Hij heeft behaald ?
Maar dit weet ik met heel mijn hart: Zijn offer heeft mijn schuld betaald.'
woensdag 11 april 2012
*99* de Heilige Geest.
Drie keer vinden we uitspraken over 'de Heilige Geest' in de Efezebrief. In Efz. 1: 14, 4: 30 en 5: 18, en elke keer laten deze verzen een ander aspect zien van Gods Geest.
* In het eerste vers lezen we, dat we, toen we tot geloof kwamen, we 'in Christus verzegeld werden met de Heilige Geest der belofte'. Dat is een waarheid die iedere gelovige zich mag toeëigenen. Het is geen kwestie van gevoel, ervaring of waar we iets voor moeten doen, maar het is een kwestie van geloof. Door het geloof is het mijn deel geworden. Ik hoef er niet om te bidden, het kan niet meer of minder worden, nee, het is zo omdat God het zegt.
Iedere gelovige is uit genade, in Christus verzegeld met 'de Heilige Geest der belofte'. We zijn gekocht en betaald met de prijs van het dierbaar bloed van onze Heer Jezus Christus toen Hij aan het kruis stierf. We mogen weten dat 'het zegel' op ons is. We kunnen dit bij ons zelf niet waarnemen en de ander kan het ook niet zien, maar.... het is voor de geestenwereld wel zichtbaar.
Satan en de overheden en de machten waarmee we een geestelijke strijd hebben, kunnen 'het zegel' wel zien. Ze weten dat we 'Gods eigendom' zijn en dat we behouden zijn over de dood heen.
Zij zullen de strijd beginnen om het geloof van de gelovige zwak te laten worden, zodat zij de 'Boven-hemelse Roeping', waarmee zij geroepen zijn, niet zullen zien en daardoor niet zullen groeien in geloof. Satan vindt het niet erg dat we kerkje spelen, als we die plaats in het Over-hemelse naast God maar niet zien. (de plaats die hij had als overdekkende cherub en waar hij uitgegooid was, toen hij hoogmoedig werd tegen God).
* In Efz. 5: 18 krijgen we de opdracht ons te vervullen met (de) Geest. We zijn met de persoon van de Heilige Geest verzegeld aan de buitenkant, maar het is onze opdracht om ons te vullen met wat de Heilige Geest ons wil geven en dat is: Geest ! Wordt vervuld met Nieuw Leven: het 'Opstandingsleven' van Christus. Er staat niet dat we vervuld worden met de 'Persoon van de Heilige Geest', maar wat de Heilige Geest geeft ( de kracht van de Geest). Daar is veel verwarring over.
De verantwoordelijkheid ligt geheel bij ons: Wordt vervuld ! Het is niet iets wat we aan de Heer moeten vragen, het hangt van ons zelf af. Het komt niet van boven, het moet 'van binnenuit' komen. De Trooster is gegeven en gezonden. 'De Geest' is uitgestort; Nieuw Leven is gegeven en de stromen van levend water, die moeten niet van boven komen, maar vanuit ons binnenste naar buiten stromen. Elke gelovige is een fontein, dat opspringt tot in het 'eeuwige leven' en die zijn omgeving beïnvloed.
De verzegeling met de Heilige Geest is een éénmalige zaak en de vervulling met Geest is een voortdurende zaak, waar we dagelijks mee bezig zijn.
* In Efz. 4: 30 worden we opgeroepen om de Heilige Geest Gods niet te bedroeven, door Wie we verzegeld zijn, tot op de dag van onze verlossing, uit het graf.
De Geest kunnen we bedroeven door onze levenswandel, door bitterheid, boosheid en onvergeeflijkheid tegen de ander, waardoor we niet Vol kunnen worden met de kracht van de Heilige Geest en Christus niet in ons kan werken, zoals Hij zou willen doen.
Het kan tot grote schade zijn, voor je zelf en voor je omgeving, als de 'Geest' bedroefd over je is. Wanneer we dingen in ons leven toelaten, die behoren bij de 'oude mens'; de 'oude schepping' en als we dat weigeren los te laten. Dingen die niet in overeenstemming zijn, met onze 'positie' die we bezitten in Christus.
In Christus woont 'Gods volheid' lichamelijk. Christus woont door Gods Geest in ons. Hij maakt woning in 'de Gemeente' en persoonlijk in ons. Hij is de 'Nieuwe Mens' in ons en zó komen die stromen van Nieuw Leven naar buiten.
Ik wil mijn hart ontsluiten voor die 'Geest' en mijn huis open zetten voor Hem.
'Opdat Hij u geve, naar de rijkdom Zijner Heerlijkheid, met kracht gesterkt te worden, door Zijn Geest in de inwendige mens, opdat Christus door het geloof, in uw harten woning make. Efz. 3: 16-17.
* In het eerste vers lezen we, dat we, toen we tot geloof kwamen, we 'in Christus verzegeld werden met de Heilige Geest der belofte'. Dat is een waarheid die iedere gelovige zich mag toeëigenen. Het is geen kwestie van gevoel, ervaring of waar we iets voor moeten doen, maar het is een kwestie van geloof. Door het geloof is het mijn deel geworden. Ik hoef er niet om te bidden, het kan niet meer of minder worden, nee, het is zo omdat God het zegt.
Iedere gelovige is uit genade, in Christus verzegeld met 'de Heilige Geest der belofte'. We zijn gekocht en betaald met de prijs van het dierbaar bloed van onze Heer Jezus Christus toen Hij aan het kruis stierf. We mogen weten dat 'het zegel' op ons is. We kunnen dit bij ons zelf niet waarnemen en de ander kan het ook niet zien, maar.... het is voor de geestenwereld wel zichtbaar.
Satan en de overheden en de machten waarmee we een geestelijke strijd hebben, kunnen 'het zegel' wel zien. Ze weten dat we 'Gods eigendom' zijn en dat we behouden zijn over de dood heen.
Zij zullen de strijd beginnen om het geloof van de gelovige zwak te laten worden, zodat zij de 'Boven-hemelse Roeping', waarmee zij geroepen zijn, niet zullen zien en daardoor niet zullen groeien in geloof. Satan vindt het niet erg dat we kerkje spelen, als we die plaats in het Over-hemelse naast God maar niet zien. (de plaats die hij had als overdekkende cherub en waar hij uitgegooid was, toen hij hoogmoedig werd tegen God).
* In Efz. 5: 18 krijgen we de opdracht ons te vervullen met (de) Geest. We zijn met de persoon van de Heilige Geest verzegeld aan de buitenkant, maar het is onze opdracht om ons te vullen met wat de Heilige Geest ons wil geven en dat is: Geest ! Wordt vervuld met Nieuw Leven: het 'Opstandingsleven' van Christus. Er staat niet dat we vervuld worden met de 'Persoon van de Heilige Geest', maar wat de Heilige Geest geeft ( de kracht van de Geest). Daar is veel verwarring over.
De verantwoordelijkheid ligt geheel bij ons: Wordt vervuld ! Het is niet iets wat we aan de Heer moeten vragen, het hangt van ons zelf af. Het komt niet van boven, het moet 'van binnenuit' komen. De Trooster is gegeven en gezonden. 'De Geest' is uitgestort; Nieuw Leven is gegeven en de stromen van levend water, die moeten niet van boven komen, maar vanuit ons binnenste naar buiten stromen. Elke gelovige is een fontein, dat opspringt tot in het 'eeuwige leven' en die zijn omgeving beïnvloed.
De verzegeling met de Heilige Geest is een éénmalige zaak en de vervulling met Geest is een voortdurende zaak, waar we dagelijks mee bezig zijn.
* In Efz. 4: 30 worden we opgeroepen om de Heilige Geest Gods niet te bedroeven, door Wie we verzegeld zijn, tot op de dag van onze verlossing, uit het graf.
De Geest kunnen we bedroeven door onze levenswandel, door bitterheid, boosheid en onvergeeflijkheid tegen de ander, waardoor we niet Vol kunnen worden met de kracht van de Heilige Geest en Christus niet in ons kan werken, zoals Hij zou willen doen.
Het kan tot grote schade zijn, voor je zelf en voor je omgeving, als de 'Geest' bedroefd over je is. Wanneer we dingen in ons leven toelaten, die behoren bij de 'oude mens'; de 'oude schepping' en als we dat weigeren los te laten. Dingen die niet in overeenstemming zijn, met onze 'positie' die we bezitten in Christus.
In Christus woont 'Gods volheid' lichamelijk. Christus woont door Gods Geest in ons. Hij maakt woning in 'de Gemeente' en persoonlijk in ons. Hij is de 'Nieuwe Mens' in ons en zó komen die stromen van Nieuw Leven naar buiten.
Ik wil mijn hart ontsluiten voor die 'Geest' en mijn huis open zetten voor Hem.
'Opdat Hij u geve, naar de rijkdom Zijner Heerlijkheid, met kracht gesterkt te worden, door Zijn Geest in de inwendige mens, opdat Christus door het geloof, in uw harten woning make. Efz. 3: 16-17.
vrijdag 6 april 2012
*98* De legende van de drie bomen.
Op een bergtop stonden eens drie boompjes te dromen over wat zij wilden worden als ze groot waren.
Het eerste boompje keek omhoog naar de sterren die als diamanten flonkelden en zei "Ik wil met goud overtrokken en met edelstenen gevuld worden zodat ik de mooiste schatkist ter wereld word."
Het tweede boompje keek naar de rivier, die op weg was naar de zee en zei: "Ik wil een sterk zeilschip worden die machtige koningen vervoerd."
Het derde boompje keek naar beneden naar de lager gelegen vallei en zei: "Ik wil op deze bergtop blijven staan en wil groot worden zodat ik de hoogste boom ter wereld word."
Jaren gingen voorbij, tot op een dag houthakkers de berg beklommen en de bomen omhakten.
"Nu zal er van mij een mooie schatkist gemaakt worden ", zei de eerste boom.
De tweede boom dacht: "Nu zal ik over grote wateren varen" en de derde boom voelde dat de moed hem in de schoenen zonk, toen de houthakker in zijn richting keek. Met een zwaai van zijn glimmende bijl viel de derde boom.
De eerste boom was blij toen de houthakker hem naar een timmerbedrijf bracht. Maar de boom werd niet overtrokken met goud of gevuld met schatten. In plaats daarvan werd er van de boom een voederbak voor dieren gemaakt.
De tweede boom glimlachte toen de houthakker hem meenam naar de scheepswerf, maar op die dag werden er geen grote zeilschepen gemaakt, maar eenvoudige vissers boten.
De derde boom stond perplex toen de houthakker hem in stevige balken hakte en hem achter liet bij een houthandel.
Vele, vele dagen en nachten gingen voorbij en de drie bomen vergaten bijna hun dromen.
Maar op zekere avond viel het gouden sterren licht over de eerste boom toen een jonge vrouw haar pasgeboren baby in de voederbak legde. En plotseling wist de eerste boom dat hij de grootste Schat ter wereld droeg.
Op zekere avond zaten een vermoeide reiziger en zijn vrienden opgepakt in de oude vissersboot. De reiziger viel in slaap, toen de tweede boom rustig over het meer voer. Plotseling stak er een verwoestende storm op. De kleine boom wist dat hij niet sterk genoeg was om zoveel passagiers veilig door storm heen te loodsen. De vermoeide Man werd wakker, stond op en strekte zijn hand uit en zei: "Vrede." De storm ging liggen en de tweede boom wist dat hij de Koning van hemel en aarde vervoerde.
Op een vrijdagochtend, schrok de derde boom, toen haar balken werden weggerukt uit de vergeten houtstapel. Hij kromp ineen toen hij door een boze menigte heen werd gedragen, Hij huiverde toen soldaten de handen van een Man eraan spijkerden. Hij was het vloek-hout geworden waar een onschuldige Man aan gekruisigd werd.
Maar op zondag morgen, toen de zon opkwam en de aarde van vreugde onder hem beefde, wist de derde boom dat Gods liefde alles veranderd had.
Iedere keer dat de mensen aan de derde boom dachten, zouden ze denken aan Jezus Christus, de Zoon van God , Die de zonde der wereld weg neemt en eeuwig leven schenkt aan een ieder die in Hem geloofd en... dat was beter dan de grootste boom van de hele wereld te zijn.
Het eerste boompje keek omhoog naar de sterren die als diamanten flonkelden en zei "Ik wil met goud overtrokken en met edelstenen gevuld worden zodat ik de mooiste schatkist ter wereld word."
Het tweede boompje keek naar de rivier, die op weg was naar de zee en zei: "Ik wil een sterk zeilschip worden die machtige koningen vervoerd."
Het derde boompje keek naar beneden naar de lager gelegen vallei en zei: "Ik wil op deze bergtop blijven staan en wil groot worden zodat ik de hoogste boom ter wereld word."
Jaren gingen voorbij, tot op een dag houthakkers de berg beklommen en de bomen omhakten.
"Nu zal er van mij een mooie schatkist gemaakt worden ", zei de eerste boom.
De tweede boom dacht: "Nu zal ik over grote wateren varen" en de derde boom voelde dat de moed hem in de schoenen zonk, toen de houthakker in zijn richting keek. Met een zwaai van zijn glimmende bijl viel de derde boom.
De eerste boom was blij toen de houthakker hem naar een timmerbedrijf bracht. Maar de boom werd niet overtrokken met goud of gevuld met schatten. In plaats daarvan werd er van de boom een voederbak voor dieren gemaakt.
De tweede boom glimlachte toen de houthakker hem meenam naar de scheepswerf, maar op die dag werden er geen grote zeilschepen gemaakt, maar eenvoudige vissers boten.
De derde boom stond perplex toen de houthakker hem in stevige balken hakte en hem achter liet bij een houthandel.
Vele, vele dagen en nachten gingen voorbij en de drie bomen vergaten bijna hun dromen.
Maar op zekere avond viel het gouden sterren licht over de eerste boom toen een jonge vrouw haar pasgeboren baby in de voederbak legde. En plotseling wist de eerste boom dat hij de grootste Schat ter wereld droeg.
Op zekere avond zaten een vermoeide reiziger en zijn vrienden opgepakt in de oude vissersboot. De reiziger viel in slaap, toen de tweede boom rustig over het meer voer. Plotseling stak er een verwoestende storm op. De kleine boom wist dat hij niet sterk genoeg was om zoveel passagiers veilig door storm heen te loodsen. De vermoeide Man werd wakker, stond op en strekte zijn hand uit en zei: "Vrede." De storm ging liggen en de tweede boom wist dat hij de Koning van hemel en aarde vervoerde.
Op een vrijdagochtend, schrok de derde boom, toen haar balken werden weggerukt uit de vergeten houtstapel. Hij kromp ineen toen hij door een boze menigte heen werd gedragen, Hij huiverde toen soldaten de handen van een Man eraan spijkerden. Hij was het vloek-hout geworden waar een onschuldige Man aan gekruisigd werd.
Maar op zondag morgen, toen de zon opkwam en de aarde van vreugde onder hem beefde, wist de derde boom dat Gods liefde alles veranderd had.
Iedere keer dat de mensen aan de derde boom dachten, zouden ze denken aan Jezus Christus, de Zoon van God , Die de zonde der wereld weg neemt en eeuwig leven schenkt aan een ieder die in Hem geloofd en... dat was beter dan de grootste boom van de hele wereld te zijn.
dinsdag 3 april 2012
*97* Genade op genade.
Genade is de onverdiende gunst die God aan ons gegeven heeft, toen wij gelovig werden. Door deze genade zijn wij behouden voor het 'Leven' over de dood heen. Genade is het werk van God ten behoeve van ons !
Kunnen wij daar zelf iets aan toevoegen ? Nee, Genade sluit alle menselijke verdienste en inspanning buiten. Het is 'om niet' ons deel geworden.
Maar is het bij die genade gebleven ? Is ons 'alleen maar' genade gegeven, zodat wij uit deze genade behouden zijn? Nee, er is meer. In Joh. 1: 16 staat: "Immers uit Zijn volheid hebben wij allen ontvangen zelfs genade op genade"
De eerste genade ontvingen we toen we oog kregen voor het Lam Gods. Toen de Vader ons trok uit de duisternis en ons liet zien dat de Here Jezus voor ons op het kruis van Golgotha stierf en daar onze zonden heeft weggedragen. Door deze genade werden behouden en mochten wij ons een kind van God noemen. Maar kende ik de Here Jezus toen ? Herkende ik Hem in Zijn volheid ? Nee, Net zoals een baby die geboren wordt en zijn eigen ouders nog moet leren kennen en moet wennen aan de klank van de stem van zijn vader en zijn moeder, zo leert een kind van God, als hij opgroeit in het geloof ook steeds beter wie de Here Jezus voor hem is.
Eerst is de Here Jezus niet meer als een schaduw, die door middel van Bijbelverhalen als 'een schaduw' in het leven van de gelovige komt. Maar God wil Zich ten volle openbaren en dan komt dat moment, dat ons een 'tweede genade' in ons leven wordt geschonken. "Opdat gij vervuld wordt tot alle volheid Gods"( Efz. 3: 18)
En in Efz. 4: 13-14 staat: "totdat wij allen de eenheid des geloofs en der 'volle kennis' van de Zoon Gods bereikt hebben, de manlijke rijpheid, de maat van de wasdom der 'volheid van Christus'."
Toen ik pas tot geloof kwam had ik nog lang niet 'de volle kennis van de Zoon' bereikt. Daarom is ons nog een genade verleent, namelijk: dat we de Here Jezus niet alleen als schaduw kennen, maar dat wij de Here 'waarachtig', 'ten volle' hebben leren kennen.
De ware genade is door Jezus Christus gekomen, en de Here stelt ons instaat dat we de volle kennis van de Zoon Gods zullen bereiken, dat we de Verborgenheid van Christus zullen leren kennen en dat we ten diepste weten wie wij zijn: een 'Verborgen Lichaam' dat niet openbaar is in de wereld, maar straks openbaar zal worden, als een 'demonstratie' van Gods genade en van Zijn liefde en trouw.
Ken je deze 'genade op genade' ? Is die Verborgenheid van Christus je geopenbaard ? Dan heb je oog gekregen voor 'Hét Lichaam van Christus', de 'Nieuwe Mens', dan ben je ook in staat om te gaan wandelen vanuit die 'Nieuwe Mens'.
God is rijk, overweldigend rijk aan genade. Onverdienste genade is ons bewezen. Het is een enorme genade als je tot het 'Lichaam van Christus' mag behoren. Als je oog hebt gekregen in je leven voor die 'Verborgenhied van Christus' en...... daar hoef je niets voor te doen, alleen maar door het geloof, je er voor open te stellen, want het is een blijft louter genade.
God roept en Hij wil ons 'genade op genade' geven, het kost je niets, anders is het geen gift; geen genade meer (Rom. 11: 6). God wil er niets voor terug hebben. Er zijn gelovigen die denken dat ze God toch iets moeten terug betalen. "k Wil U, o God, mijn dank betalen !" Wij hebben niets te betalen. Zodra we gaan betalen, is het eigenlijk geen gift meer, maar een belediging aan Gods adres.
Als ik Gods genade ontdek, de Verborgenheid zie, mij uitstrek naar Zijn Boven-Hemelse Roeping, weet dat ik behoor tot het Hemels-Burgerschap en Zijn genade hiervoor ontvangen heb, dan mag ik God daar wel voor danken, maar ik hoef niets te betalen. Dus geen genade op afbetaling. Het is een gift. Door genade zijn wij behouden, en Hij heeft ons mede-opgewekt en ons mede een plaats gegeven in het 'Over (boven) Hemelse' in Christus Jezus, om in de komende eeuwen (aionen) de overweldigende rijkdom van Zijn genade te tonen. (aan de overheden en de machten in het Over-Hemelse). ( Efz. 2: 5-7)
Er komt een tijd dat heel de schepping het zal zien. Hij wil aan de gehele schepping, 'Zijn genade' laten zien en dat Hij mensen, die aan de verlorenheid waren onderworpen, in Zijn grote liefde heeft opgezocht, dat Hij Zijn Zoon gegeven heeft en dat Hij niet alleen deze mensen heeft verlost, maar ze ook opheft in het Over-Hemelse en één gemaakt heeft met Zijn verheerlijkt Zoon.
Dat is Zijn Plan met ons, de voorbereiding op een geweldige toekomst !
Kunnen wij daar zelf iets aan toevoegen ? Nee, Genade sluit alle menselijke verdienste en inspanning buiten. Het is 'om niet' ons deel geworden.
Maar is het bij die genade gebleven ? Is ons 'alleen maar' genade gegeven, zodat wij uit deze genade behouden zijn? Nee, er is meer. In Joh. 1: 16 staat: "Immers uit Zijn volheid hebben wij allen ontvangen zelfs genade op genade"
De eerste genade ontvingen we toen we oog kregen voor het Lam Gods. Toen de Vader ons trok uit de duisternis en ons liet zien dat de Here Jezus voor ons op het kruis van Golgotha stierf en daar onze zonden heeft weggedragen. Door deze genade werden behouden en mochten wij ons een kind van God noemen. Maar kende ik de Here Jezus toen ? Herkende ik Hem in Zijn volheid ? Nee, Net zoals een baby die geboren wordt en zijn eigen ouders nog moet leren kennen en moet wennen aan de klank van de stem van zijn vader en zijn moeder, zo leert een kind van God, als hij opgroeit in het geloof ook steeds beter wie de Here Jezus voor hem is.
Eerst is de Here Jezus niet meer als een schaduw, die door middel van Bijbelverhalen als 'een schaduw' in het leven van de gelovige komt. Maar God wil Zich ten volle openbaren en dan komt dat moment, dat ons een 'tweede genade' in ons leven wordt geschonken. "Opdat gij vervuld wordt tot alle volheid Gods"( Efz. 3: 18)
En in Efz. 4: 13-14 staat: "totdat wij allen de eenheid des geloofs en der 'volle kennis' van de Zoon Gods bereikt hebben, de manlijke rijpheid, de maat van de wasdom der 'volheid van Christus'."
Toen ik pas tot geloof kwam had ik nog lang niet 'de volle kennis van de Zoon' bereikt. Daarom is ons nog een genade verleent, namelijk: dat we de Here Jezus niet alleen als schaduw kennen, maar dat wij de Here 'waarachtig', 'ten volle' hebben leren kennen.
De ware genade is door Jezus Christus gekomen, en de Here stelt ons instaat dat we de volle kennis van de Zoon Gods zullen bereiken, dat we de Verborgenheid van Christus zullen leren kennen en dat we ten diepste weten wie wij zijn: een 'Verborgen Lichaam' dat niet openbaar is in de wereld, maar straks openbaar zal worden, als een 'demonstratie' van Gods genade en van Zijn liefde en trouw.
Ken je deze 'genade op genade' ? Is die Verborgenheid van Christus je geopenbaard ? Dan heb je oog gekregen voor 'Hét Lichaam van Christus', de 'Nieuwe Mens', dan ben je ook in staat om te gaan wandelen vanuit die 'Nieuwe Mens'.
God is rijk, overweldigend rijk aan genade. Onverdienste genade is ons bewezen. Het is een enorme genade als je tot het 'Lichaam van Christus' mag behoren. Als je oog hebt gekregen in je leven voor die 'Verborgenhied van Christus' en...... daar hoef je niets voor te doen, alleen maar door het geloof, je er voor open te stellen, want het is een blijft louter genade.
God roept en Hij wil ons 'genade op genade' geven, het kost je niets, anders is het geen gift; geen genade meer (Rom. 11: 6). God wil er niets voor terug hebben. Er zijn gelovigen die denken dat ze God toch iets moeten terug betalen. "k Wil U, o God, mijn dank betalen !" Wij hebben niets te betalen. Zodra we gaan betalen, is het eigenlijk geen gift meer, maar een belediging aan Gods adres.
Als ik Gods genade ontdek, de Verborgenheid zie, mij uitstrek naar Zijn Boven-Hemelse Roeping, weet dat ik behoor tot het Hemels-Burgerschap en Zijn genade hiervoor ontvangen heb, dan mag ik God daar wel voor danken, maar ik hoef niets te betalen. Dus geen genade op afbetaling. Het is een gift. Door genade zijn wij behouden, en Hij heeft ons mede-opgewekt en ons mede een plaats gegeven in het 'Over (boven) Hemelse' in Christus Jezus, om in de komende eeuwen (aionen) de overweldigende rijkdom van Zijn genade te tonen. (aan de overheden en de machten in het Over-Hemelse). ( Efz. 2: 5-7)
Er komt een tijd dat heel de schepping het zal zien. Hij wil aan de gehele schepping, 'Zijn genade' laten zien en dat Hij mensen, die aan de verlorenheid waren onderworpen, in Zijn grote liefde heeft opgezocht, dat Hij Zijn Zoon gegeven heeft en dat Hij niet alleen deze mensen heeft verlost, maar ze ook opheft in het Over-Hemelse en één gemaakt heeft met Zijn verheerlijkt Zoon.
Dat is Zijn Plan met ons, de voorbereiding op een geweldige toekomst !
zondag 25 maart 2012
*96* Wakker worden ! !
Daarom heet het ´Ontwaak, gij die slaapt , en sta op uit de doden en Christus zal over u lichten´. (Efz. 4: 14). Sta op van ´tussen´ de doden uit´.
Een vers over dood en opstanding, denk je in eerste instantie, maar daar gaat dit vers niet over. Het is een vers met een vermaning, gericht aan de gelovigen die behoren tot het Lichaam van Christus.
De Bijbel maakt in geestelijke zin onderscheid tussen mensen die dood zijn `geestelijk dood´ en mensen die levend zijn: gelovigen, maar in wie het Leven slaapt.
Er is een groot verschil tussen een ´slapende´ en een ´dode´. De één heeft het ´leven´en de ander niet. Maar als je naar ze kijkt, zijn zij precies hetzelfde. Met een dode kun je niet communiceren en met een slapende ook niet, daarin zijn ze dus gelijk.
Een dode moet worden opgewekt, een slapende moet worden wakker geschud.
Een ´dode´zondaar (een ongelovige) moet de Here Jezus Christus aanvaarden, om te gaan vanuit de dood in het leven.
Een 'slapende' gelovige is iemand die behouden is voor het leven na de dood, maar waar het ´Nieuwe Leven´ latend in hem aanwezig blijft; het slaapt. Het ´Leven´ komt niet tot ontwikkeling.
´Sta op van tussen de doden uit´ zegt Paulus tegen deze gelovigen. De doden kunnen niet opstaan, daar moet een wonder voor gebeuren, maar een slapende kan opstaan, als hij wakker is gemaakt, zodat Christus over hem kan gaan 'lichten'.
Als het in de Bijbel gaat over slapen, dan gaat het altijd over 'gelovigen'.
Gaat het over de doden, dan gaat het over 'ongelovigen'.
Deze wereld is eigenlijk vol met doden. Dood in zonden (in ongeloof) en misdaden. De gehele wereld is voor God in de dood, ze hebben ´het leven´ niet.
De gelovigen bezitten het ´het leven´, want de Zoon heeft het Leven....maar als dat leven niet openbaar wordt, dan zijn de gelovigen op hetzelfde niveau als de doden.
Paulus probeert de 'slapende gelovigen' wakker te krijgen, opdat ´het Leven´ dat zij bezitten zich ook in hen zal gaan manifesteren. Dat het vrucht gaat dragen, dat Christus over hen zal lichten en dat ze zullen gaan wandelen in 'het licht' met Hem en dat het donker dal achter hen zal liggen.
Er zijn heel wat gelovigen, die in slaap zijn gesust en dat is altijd het werk van de duivel. Een gelovige die slaapt is voor de duivel geen enkel gevaar.
Zodra een gelovige 'in het licht' gaat wandelen en in zijn Boven- Hemelse Roeping gaat staan, dan krijgt hij gelijk een strijd. Als hij gaat staan in de Nieuwe Mens, dan opeens valt hij geestelijk op.
De strijd komt niet van de ongelovigen, maar van de 'mede broeders in geloof', die hen opeens met andere ogen gaan bekijken en hen links laten liggen in het geloofs leven.
Gelukkig dat wij de wapenrusting Gods tot onze beschikking hebben, om stand te houden en om weerstand te kunnen bieden. ( Efz. 6: 10-18). Een ´slapende gelovige´ kent deze strijd niet, zij gaan mee met de stroom en vallen niet op voor de duivel.
De gelovigen die hun Boven-Hemelse Roeping verstaan, wandelen 'in het licht', want het erfdeel dat de Vader hen toebereid heeft, is in 'Het Heilige, in het Licht'. ( Col. 1: 12) Nee we moeten niet in slaap worden gesust tussen de 'slapende gelovigen', maar wakker blijven! Want wij kennen hierdoor 'de vrede Gods' die alle verstand te boven gaat en onze harten en gedachten bewaakt in Christus Jezus.
Een vers over dood en opstanding, denk je in eerste instantie, maar daar gaat dit vers niet over. Het is een vers met een vermaning, gericht aan de gelovigen die behoren tot het Lichaam van Christus.
De Bijbel maakt in geestelijke zin onderscheid tussen mensen die dood zijn `geestelijk dood´ en mensen die levend zijn: gelovigen, maar in wie het Leven slaapt.
Er is een groot verschil tussen een ´slapende´ en een ´dode´. De één heeft het ´leven´en de ander niet. Maar als je naar ze kijkt, zijn zij precies hetzelfde. Met een dode kun je niet communiceren en met een slapende ook niet, daarin zijn ze dus gelijk.
Een dode moet worden opgewekt, een slapende moet worden wakker geschud.
Een ´dode´zondaar (een ongelovige) moet de Here Jezus Christus aanvaarden, om te gaan vanuit de dood in het leven.
Een 'slapende' gelovige is iemand die behouden is voor het leven na de dood, maar waar het ´Nieuwe Leven´ latend in hem aanwezig blijft; het slaapt. Het ´Leven´ komt niet tot ontwikkeling.
´Sta op van tussen de doden uit´ zegt Paulus tegen deze gelovigen. De doden kunnen niet opstaan, daar moet een wonder voor gebeuren, maar een slapende kan opstaan, als hij wakker is gemaakt, zodat Christus over hem kan gaan 'lichten'.
Als het in de Bijbel gaat over slapen, dan gaat het altijd over 'gelovigen'.
Gaat het over de doden, dan gaat het over 'ongelovigen'.
Deze wereld is eigenlijk vol met doden. Dood in zonden (in ongeloof) en misdaden. De gehele wereld is voor God in de dood, ze hebben ´het leven´ niet.
De gelovigen bezitten het ´het leven´, want de Zoon heeft het Leven....maar als dat leven niet openbaar wordt, dan zijn de gelovigen op hetzelfde niveau als de doden.
Paulus probeert de 'slapende gelovigen' wakker te krijgen, opdat ´het Leven´ dat zij bezitten zich ook in hen zal gaan manifesteren. Dat het vrucht gaat dragen, dat Christus over hen zal lichten en dat ze zullen gaan wandelen in 'het licht' met Hem en dat het donker dal achter hen zal liggen.
Er zijn heel wat gelovigen, die in slaap zijn gesust en dat is altijd het werk van de duivel. Een gelovige die slaapt is voor de duivel geen enkel gevaar.
Zodra een gelovige 'in het licht' gaat wandelen en in zijn Boven- Hemelse Roeping gaat staan, dan krijgt hij gelijk een strijd. Als hij gaat staan in de Nieuwe Mens, dan opeens valt hij geestelijk op.
De strijd komt niet van de ongelovigen, maar van de 'mede broeders in geloof', die hen opeens met andere ogen gaan bekijken en hen links laten liggen in het geloofs leven.
Gelukkig dat wij de wapenrusting Gods tot onze beschikking hebben, om stand te houden en om weerstand te kunnen bieden. ( Efz. 6: 10-18). Een ´slapende gelovige´ kent deze strijd niet, zij gaan mee met de stroom en vallen niet op voor de duivel.
De gelovigen die hun Boven-Hemelse Roeping verstaan, wandelen 'in het licht', want het erfdeel dat de Vader hen toebereid heeft, is in 'Het Heilige, in het Licht'. ( Col. 1: 12) Nee we moeten niet in slaap worden gesust tussen de 'slapende gelovigen', maar wakker blijven! Want wij kennen hierdoor 'de vrede Gods' die alle verstand te boven gaat en onze harten en gedachten bewaakt in Christus Jezus.
zaterdag 24 maart 2012
*95* Het levende Woord.
Er is in de voorgaande blogs heel wat te lezen over dé Verborgenheid, onze Roeping, van Gods rijkdom van genade en vele andere geestelijke zegeningen.
Allemaal zaken die te maken hebben met de ´Bedeling van het Geheimenis´ die de apostel Paulus ons bekend wil maken. We moeten niet alleen met het verstand verstaan, welke zegeningen God aan ons geeft, maar dit ook uitwerken in ons leven, door te gaan staan in de Nieuwe Mens, die we door genade geworden zijn.
Dit wordt in de Bijbel uitgedrukt met waardig wandelen. Waardig in de Roeping gaan staan, waarmee we geroepen zijn en dit dagelijks in praktijk brengen. Dat is door het geloof aanvaarden, dat het waar is wat God tegen je zegt in Zijn Woord. Dat is je hand er op leggen en het je persoonlijk toeëigenen en eruit gaan leven, je dagelijkse omstandigheden bezien door een hemelse bril. Anders is het onmogelijk om het 'Samen-Lichaam', wat we individueel én met elkaar zijn, in praktijk te beleven.
Velen kennen hun ´geestelijke staat´ helaas niet. Waarom niet ? omdat ze geen oog (willen) hebben voor het Woord van God, dat juist voor deze tijd zo belangrijk is. Men legt tegenwoordig veel nadruk op de ´praktische geestelijke ervaring´. Juist daarmee ontneemt men vaak de Heilige Geest de kans om de gelovige kennis te laten nemen aan die Boven hemelse Roeping, waar de gelovigen van vandaag door genade deel aan kunnen krijgen. Hun leven gaat dan voorbij zonder dat ze ooit van die Roeping gehoord hebben en al de zegeningen uit Efz. 1: 3-14, blijven voor hen een gesloten boek. De zegening b.v. dat ze uitverkoren zijn en heilig en onberispelijk voor God kunnen verschijnen of dat ze in het zoonschap zijn geplaatst en begenadigd zijn in Christus of dat hun zonden ( overtredingen van gister, vandaag en morgen) door genade vergeven zijn of dat ze volkomen verlost zijn door het bloed van Christus. Al die zegenigen ontvangen ze niet. Deels omdat het niet gepredikt wordt, maar anderdeels omdat ze er zelf ook niet over lezen in de Bijbel en Gods Woord niet bestuderen. Ze zijn eigenlijk verkeerd gericht in hun leven. Ze willen liever een ´geestelijke ervaring´dan ´geestelijke zegeningen´.
Veel samenkomsten van tegenwoordig zijn er op gericht om in geestelijke vervoering te geraken. Om iets te beleven, over getuigennissen en over wonderen te horen, naar visioenen of genezingen te streven. Daar staan heel wat samenkomsten bol van, men verbaast zich erover, prijst de Heer en jubelt en raakt verblijdt. Maat staat dan het Woord van God centraal ? Het levende Woord: Jezus Christus ?
Er is geen geestelijke groei meer. Men organiseert tegenwoordig heel wat samenkomsten waar het Woord van God bijna niet meer opengaat. Allerlei activiteiten moeten plaats vinden. Kaarsen moeten aangestoken worden, kindertjes komen binnen en die gaan dan zingen, blijde gebeurtenissen moeten verteld worden enz enz. . en aan het einde gaat de Bijbel nog een kwartiertje open. En zo blijft de gelovige eigenlijk in een soort 'baby-status'.
Men vervangt tegenwoordig de ´werking van Gods Woord´ door ´de werking van muziek en zang´ en ziet dat als de werking van Gods Geest. Maar het Woord van God moet een brandend hart geven en van daaruit ga je dan de Here bejubelen en prijzen. Als de reden van de jubel is, dat ik in een blijde stemming moet worden gebracht, dan is dat ´blijdschap van het vlees´, waar God buiten staat.
Innerlijke blijdschap komt door de werking van ´Gods Woord´. Blijdschap ontstaat door het horen van het Woord Gods. die stromen uit je binnenste naar buiten laat vloeien. Dan ga je zingen, ook als er helemaal geen samenkomst is.
Allemaal zaken die te maken hebben met de ´Bedeling van het Geheimenis´ die de apostel Paulus ons bekend wil maken. We moeten niet alleen met het verstand verstaan, welke zegeningen God aan ons geeft, maar dit ook uitwerken in ons leven, door te gaan staan in de Nieuwe Mens, die we door genade geworden zijn.
Dit wordt in de Bijbel uitgedrukt met waardig wandelen. Waardig in de Roeping gaan staan, waarmee we geroepen zijn en dit dagelijks in praktijk brengen. Dat is door het geloof aanvaarden, dat het waar is wat God tegen je zegt in Zijn Woord. Dat is je hand er op leggen en het je persoonlijk toeëigenen en eruit gaan leven, je dagelijkse omstandigheden bezien door een hemelse bril. Anders is het onmogelijk om het 'Samen-Lichaam', wat we individueel én met elkaar zijn, in praktijk te beleven.
Velen kennen hun ´geestelijke staat´ helaas niet. Waarom niet ? omdat ze geen oog (willen) hebben voor het Woord van God, dat juist voor deze tijd zo belangrijk is. Men legt tegenwoordig veel nadruk op de ´praktische geestelijke ervaring´. Juist daarmee ontneemt men vaak de Heilige Geest de kans om de gelovige kennis te laten nemen aan die Boven hemelse Roeping, waar de gelovigen van vandaag door genade deel aan kunnen krijgen. Hun leven gaat dan voorbij zonder dat ze ooit van die Roeping gehoord hebben en al de zegeningen uit Efz. 1: 3-14, blijven voor hen een gesloten boek. De zegening b.v. dat ze uitverkoren zijn en heilig en onberispelijk voor God kunnen verschijnen of dat ze in het zoonschap zijn geplaatst en begenadigd zijn in Christus of dat hun zonden ( overtredingen van gister, vandaag en morgen) door genade vergeven zijn of dat ze volkomen verlost zijn door het bloed van Christus. Al die zegenigen ontvangen ze niet. Deels omdat het niet gepredikt wordt, maar anderdeels omdat ze er zelf ook niet over lezen in de Bijbel en Gods Woord niet bestuderen. Ze zijn eigenlijk verkeerd gericht in hun leven. Ze willen liever een ´geestelijke ervaring´dan ´geestelijke zegeningen´.
Veel samenkomsten van tegenwoordig zijn er op gericht om in geestelijke vervoering te geraken. Om iets te beleven, over getuigennissen en over wonderen te horen, naar visioenen of genezingen te streven. Daar staan heel wat samenkomsten bol van, men verbaast zich erover, prijst de Heer en jubelt en raakt verblijdt. Maat staat dan het Woord van God centraal ? Het levende Woord: Jezus Christus ?
Er is geen geestelijke groei meer. Men organiseert tegenwoordig heel wat samenkomsten waar het Woord van God bijna niet meer opengaat. Allerlei activiteiten moeten plaats vinden. Kaarsen moeten aangestoken worden, kindertjes komen binnen en die gaan dan zingen, blijde gebeurtenissen moeten verteld worden enz enz. . en aan het einde gaat de Bijbel nog een kwartiertje open. En zo blijft de gelovige eigenlijk in een soort 'baby-status'.
Men vervangt tegenwoordig de ´werking van Gods Woord´ door ´de werking van muziek en zang´ en ziet dat als de werking van Gods Geest. Maar het Woord van God moet een brandend hart geven en van daaruit ga je dan de Here bejubelen en prijzen. Als de reden van de jubel is, dat ik in een blijde stemming moet worden gebracht, dan is dat ´blijdschap van het vlees´, waar God buiten staat.
Innerlijke blijdschap komt door de werking van ´Gods Woord´. Blijdschap ontstaat door het horen van het Woord Gods. die stromen uit je binnenste naar buiten laat vloeien. Dan ga je zingen, ook als er helemaal geen samenkomst is.
Abonneren op:
Posts (Atom)